print this page

Interesten op de rekening courant met een creditsaldo: vast tarief vanaf 01/01/2020

U weet ongetwijfeld waarover dit gaat. Stel, U bent bedrijfsleider in een vennootschap  en U hebt een rekening courant gerealiseerd “aan de goeie kant van de balans” wat betekent dat de vennootschap een schuld heeft aan U als natuurlijk persoon. Omdat U dit geld moet missen privé zolang het in de vennootschap zit, wenst U uiteraard een vergoeding te ontvangen van uw vennootschap onder de vorm van intresten. Immers, dit is toch het algemeen principe van een lening? Klopt maar de fiscus zou de fiscus niet zijn als ze toch geen maatregelen trof die deze werkwijze begrenzen. Immers, zij wil niet dat U uw wedde als bedrijfsleider volledig zou laten vallen om deze onder de vorm van de een stuk fiscaalvriendelijker belaste intresten op te nemen. Op intresten betaalt U immers 30% roerende voorheffing. De overige 70% is voor een definitief verworven roerend inkomen. Op een wedde betaalt U al snel 50% belastingen (U hoeft hiervoor zeker geen abnormaal hoge wedde op te nemen om dit te bereiken) en sociale bijdragen.

 

Interesten op de R.C: "Hoe werkt dit ook al weer?"

Op zich is dit vrij eenvoudig. De vennootschap heeft een schuld aan U als natuurlijk persoon en betaalt U hierop een intrest. De vennootschap dient 30% roerende voorheffing in te houden en deze te betalen aan de fiscus middels indiening van een aangifte roerende voorheffing. Het restsaldo van 70% is voor U en hoeft U ook niet meer aan te geven in uw aangifte personenbelasting. Als U tevens bedrijfsleider bent van de vennootschap, dan kan U dit niet onbeperkt doen omwille van de hierboven vermelde reden. Dan moet U rekening houden met twee begrenzingen :

 

  • Het bedrag van de R/C zelf mag niet te hoog zijn. Onder “te hoog” wordt begrepen dat de geleende som niet hoger mag zijn dan de som van het gestort kapitaal bij het begin van het boekjaar en de belaste reserves bij het eind van het boekjaar. Indien het bedrag van de R/C of lening wel hoger is, dan wordt het surplus fiscaal aanzien als dividend wat betekent dat de vennootschap dit ook moet laten belasten in de vennootschapsbelasting wat het een stuk minder interessant maakt.

 

  • De toegepaste rentevoet mag niet hoger zijn dan de marktrente op dat moment. Bij overschrijding wordt ook hier het surplus belast als fiscaal dividend. Tot 31/12/2019 werd niet echt dieper ingegaan op hoe je die marktrente precies moet bepalen wat vaak aanleiding gaf tot discussies op controle omdat de controleur de toegepaste rentevoet vaak te hoog vond terwijl wij uiteraard dachten dat we nog mild geweest zijn. Immers, de wettelijke rentevoet op een R/C met een debetsaldo (waarbij U geld verschuldigd bent aan de vennootschap) bedraagt toch ook 8 à 9%, was één van de veelgebruikte argumenten.

 

Wat werd er gewijzigd?

 

  1. Vanaf 01/01/2020 heeft men het begrip “geldlening” in de wetgeving vervangen door het begrip “voorschotten”. Louter tekstuele aanpassing zonder gevolgen, denkt U waarschijnlijk? Niets is minder waar. Onder een geldlening wordt immers begrepen het toestaan van een som geld aan de vennootschap die dit geld voor bepaalde doeleinden mag gebruiken om het op een later tijdstip terug te betalen. Niet iedere R/C is op deze manier ontstaan. Denk aan de vennootschap die het handelsfonds van de vroegere eenmanszaak van zijn bedrijfsleider overneemt en waarbij de bedrijfsleider uitstel van betaling toestaat aan zijn vennootschap. Hierdoor ontstonden vele discussies die vaak voor de rechtbank werden opgelost. Vanaf 01/01/2020 gebruikt men de term “voorschotten” wat veel algemener is. Iedere R/C is een vorm van een voorschot. Dit sluit ook onmiddellijk veel van bovenstaande discussies uit.

 

Daarnaast, heeft de fiscus vanaf 01/01/2020  eveneens het tarief marktrente vast bepaald om ook hier de vele discussies een halt toe te roepen. Zo werd bepaalt dat de marktrente bekomen wordt door de rentevoet die de Belgische financiële instellingen toepassen voor leningen tot 1.000.000 € aan andere vennootschappen te verhogen met 2,5%. Hiervoor moet je steeds de rentevoet nemen van de maand november voorafgaand aan het jaar waarin je intresten wil rekenen. Voor het jaar 2020 moeten we de rentevoet nemen van november 2019 zijnde 1,56%. Verhoogd met 2,5% bekomen we zo de maximale rentevoet voor 2020 : 4,06%. Concreet betekent dit dat wanneer U meer dan 4.06% aanrekent op uw R/C, het surplus moet geherkwalificeerd worden als fiscaal dividend.

Terug naar het overzicht