print this page

Nieuwe regels inzake intracommunautaire leveringen van goederen: 4 quick fixes

Vanaf 01/01/2020 heeft Europa 4 wijzigingen doorgevoerd inzake de regelingen voor intracommunautaire leveringen van goederen. Het betreft een aantal snelle reparaties van de wetgeving, vandaar de bijnaam “quick fixes”. Dit is Europese wetgeving dus is ze van toepassing op alle EU-lidstaten. Het gaat om de volgende 4 punten :

  1. Strengere regels voor het leveren van het bewijs van vervoer naar een andere lidstaat van de EU.
  2. De leverancier wordt verplicht om over het juiste BTW nummer te beschikken van de afnemer.
  3. Wijziging van de IC listing.
  4. Strengere regels inzake voorraden op afroep.

 

1. Strengere bewijsvoering vervoer

Wanneer een Belgische belastingplichtige goederen verkoopt aan een belastingplichtige uit een andere lidstaat van de EU, kan zij doorgaans een vrijstelling inzake BTW inroepen voor intracommunautaire leveringen. Dit impliceert uiteraard ook dat de buitenlandse afnemer van de goederen een intracommunautaire verwerving doet van die goederen. Om je vrijstelling te kunnen toepassen, was het eerst en vooral al zeer belangrijk dat je kon bewijzen dat de goederen effectief naar het buitenland waren vervoerd. Dit was ook één van de grondvoorwaarden.

 

Tot en met 31/12/2019 was de regel dat je het bewijs kon leveren door een omstandig dossier samen te stellen bestaande uit diverse bewijsstukken die het transport aantoonden. Welke stukken dit moesten zijn en hoeveel bewijsstukken je nodig had, was niet nader omschreven. Ieder geschrift was goed om je dossier net dat tikkeltje extra bewijskracht te geven gaande van officiële documenten zoals het Enig Document, CMR’s, … tot minder officiële documenten zoals emailverkeer, briefwisseling,…

 

Ieder bewijsstuk was tegelijk onontbeerlijk en ook onvoldoende. Aangezien de belastingplichtige de bewijslast had in dergelijke zaken, was het aan de fiscus om te bepalen wanneer de bewijsvoering voldoende was. Iets wat uiteraard regelmatig discussie gaf.

 

Vanaf 01/01/2020 werd een wettelijk vermoeden ingevoerd inzake de bewijslast waarbij men de belastingplichtige de mogelijkheid biedt een zeker aantal bewijsstukken te vergaren waardoor op die manier de bewijslast bij de fiscus komt te liggen. Dit kan je bekomen door een verklaring af te leggen inzake het vervoer naar het buitenland en dit te staven met minstens twee andere niet-tegenstrijdige bewijsstukken uitgaande van twee verschillende partijen onafhankelijk van elkaar en van de leverancier en de afnemer. Als je dit kan samenstellen, komt de bewijslast bij de fiscus te liggen wat betekent dat zij met de bewijzen moeten afkomen indien ze niet akkoord zijn.

 

Voor België bestaat er ook een tweede wettelijk vermoeden om het vervoer te bewijzen als je het zogenaamde bestemmingsdocument kan voorleggen aangevuld met de factuur van de transporteur indien het transport door de leverancier werd geregeld.

 

  1. 2. BTW nummer van de afnemer van de goederen

Om de vrijstelling inzake intracommunautaire leveringen te kunnen toepassen, dien je nu ook te kunnen bewijzen dat de afnemer in de mogelijkheid is om een intracommunautaire verwerving te doen. Dit betekent dat de afnemer een BTW plichtige moet zijn die periodiek BTW aangiften indient. Dit bewijs kan je leveren door te zorgen dat je een correct BTW nummer van de afnemer kan voorleggen. Dit betekent dus een BTW nummer op naam van de afnemer uit de lidstaat waar de goederen naartoe gegaan zijn. Als je een nummer krijgt van de klant, is het dan ook uitermate belangrijk geworden om te controleren of dit een geldig nummer is. Dit kan je vrij eenvoudig doen via het VIES systeem van Europa.

 

Helemaal nieuw is dit niet. Vroeger diende je ook een correct BTW nummer van de klant te hebben om je IC listing correct te kunnen invullen. Had je dit nummer niet, dan kon je een sanctie krijgen voor een onjuiste IC listing maar was dit op zich niet voldoende om je vrijstelling af te nemen. Vanaf 01/01/2020 verlies je de vrijstelling echter wel dus je hebt er alle belang bij om de buitenlandse BTW nummers van je buitenlandse klanten regelmatig te checken.

 

  1. 3. IC listing

Zoals hierboven reeds aangehaald, wordt het belang van een tijdig ingediende en correct ingevulde IC listing een stuk groter vanaf 01/01/2020. Vroeger kon je een sanctie krijgen voor een foutief ingevulde listing : foutieve BTW nummers, leveringen die niet opgenomen waren in de listing,… maar je had wel nog de zekerheid dat men je vrijstelling niet kon afnemen louter op dit feit. Vanaf 01/01/2020 is dit niet meer zo. Een foutief ingevulde listing of een niet ingediende listing kan nu wel degelijk aanleiding geven tot een verwerpen van je vrijstelling inzake BTW.

 

Daarnaast wijzigt ook het formulier van de IC-listing. Dit bestaat voortaan uit twee delen. Het eerste deel is hetgeen we kennen van vroeger : de lijst van buitenlandse afnemers met hun BTW nummer, omzet en de juiste code L, S of T. Het tweede gedeelte werd in het leven geroepen om de wijzigingen te kunnen toepassen inzake de voorraden op afroep (zie punt 4 hierna).

 

  1. 4. Voorraden op afroep (call-off stock)

U kent ongetwijfeld dit systeem. Er wordt een voorraad aangelegd in een andere EU-lidstaat ten behoeve van een klant die in die lidstaat gevestigd is. De klant kan dan goederen uit deze voorraad halen op afroep om te leveren aan zijn klanten. De goederen blijven uw eigendom zolang de klant ze niet uit voorraad gehaald heeft. Daarom moet je voor deze goederen een overbrenging doen van België naar de andere lidstaat. Wanneer uw klant dan goederen uit de voorraad haalde werden ze aan hem gefactureerd als een binnenlandse levering. Normaal moet de Belgische leverancier zich hiervoor registreren in het buitenland voor BTW doeleinden en een buitenlands BTW nummer aanvragen.

 

Diverse lidstaten voorzien reeds in een vereenvoudiging voor deze regeling in hun interne wetgeving maar lang niet allemaal. Daarom heeft Europa vanaf 01/01/2020 een vereenvoudiging ingevoerd die geldt voor alle EU lidstaten. De vereenvoudiging bestaat erin dat de leverancier zich niet meer moet identificeren voor BTW doeleinden in andere lidstaten en dus rechtstreeks mag factureren als een intracommunautaire levering. Hier zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden :

- Op het moment van de overbrenging moet de buitenlandse klant gekend zijn;

- Leverancier en afnemer moeten een register bijhouden van deze overbrengingen;

- De goederen in stock moeten binnen het jaar na overbrenging worden afgeroepen door de afnemer.

Terug naar het overzicht