Liquidatiereserve en VVPR-bis: tariefwijziging roerende voorheffing

Boekhouding & fiscaliteit

Na eerdere wijzigingen in het zomerakkoord zijn er opnieuw aanpassingen aangekondigd inzake de roerende voorheffing op dividenden. Hoewel er nog geen teksten zijn neergelegd bij De Kamer, doen toch al wat geruchten de ronde. Enig voorbehoud is toch nog op zijn plaats.

Liquidatiereserve

Gewone dividenden zijn duur en kosten 30% roerende voorheffing.

KMO’s kunnen jaarlijks kiezen om de winst van het boekjaar te boeken als liquidatiereserve. Samen met de gewone vennootschapsbelasting dient dan een afzonderlijke heffing betaald te worden van 9,09%. Thans is het zo dat, na een wachtperiode van drie jaar, die reserve kan uitgekeerd worden als dividend, waarbij op het saldo 6,5% roerende voorheffing dient ingehouden te worden. Wie meer geduld heeft en vijf jaar wacht, kan die dividenduitkering doen aan 5% R.V.

De teksten die nu ter tafel liggen willen het tarief na drie jaar wachttermijn van 6,5% optrekken naar 9,8%. Doorgerekend stijgt het totale tarief van de twee heffingen daardoor van 15% naar 18%. In de recentste versies gaat die tariefwijziging in voor liquidatiereserves die aangelegd zijn vanaf 31/12/2025. Voor het lopende boekjaar 2025 zit je dus al in het nieuwe systeem. De voordeligere regeling van de wachttermijn van vijf jaar vervalt.

Enkel wie geduld heeft tot de vereffening van de vennootschap ontsnapt aan de dividendbelasting bij uitkering van liquidatiereserves. Voor hen heeft de stijging van 6,5% naar 9,8% geen impact. Dit is het preferente scenario voor wie wat dichter bij zijn pensioen staat en in afwachting privé reserves kan aanspreken.
Hoewel de maatregelen normaliter maar in het voorjaar zullen gestemd worden, zullen ook de winsten van 2025 straks bij uitkering vanaf 2029 zwaarder belast worden..

VVPR-bis

Voor vennootschappen die opgericht zijn vanaf 1 juli 2013 (of een kapitaalverhoging deden vanaf die datum) en die toen klein waren, is er nog een andere regeling voorzien. De voorwaarden voor de lagere roerende voorheffing zijn doorgaans heel haalbaar:

  1. de inbreng gebeurde in geld,
  2. de aandelen zijn volstort en
  3. de aandelen zijn ononderbroken in bezit zijn in volle eigendom van dezelfde personen. 

Dit gunsttarief geldt na een eenmalige wachtperiode van drie jaar. Nadien hoeft er dus niet telkens drie of vijf jaar geduld geoefend te worden.

Het tarief bedraagt vandaag 15%. Een verhoging naar 18% is aangekondigd. Wel is nog onzeker vanaf wanneer dit tarief van toepassing zal zijn. Enkelen schrijven dat het al vanaf 1 januari 2026 zal zijn. Als er nog beschikbare reserves op de balans staan, kan een Bijzondere Algemene Vergadering die met spoed uitkeren. De tijd is dan wel heel erg beperkt.

Velen schrijven dat het tarief zal ingaan, de eerste van de maand die volgt op de publicatie van de Wet in het Staatsblad. In dat geval is er waarschijnlijk nog wel tijd tot 1 maart of 1 april 2026.

De winst van boekjaar 2025 wordt doorgaans maar in mei of juni uitgekeerd. De tariefverhoging zal dan wel al in voege zijn. In eenvoudige dossiers wordt eraan gedacht om de jaarafsluiting te versnellen en de jaarlijkse Algemene Vergadering bijvoorbeeld in februari al bijeen te roepen om dividenden uit te keren.

Accountants vechten nu al tegen diverse deadlines voor btw en belastingen. Alle VVPR-bis dossiers reeds begin 2026 versneld afwerken, is meer dan een forse uitdaging.

Op dit moment wijzigen de teksten nog wekelijks. We volgen op wat de definitieve teksten zullen beslissen. 2026 wordt hopelijk een gezond en vreugdevol jaar. Het wordt zeker ook een uitdagend jaar.

Voor verdere vragen over de roerende voorheffing en uw dividendpolitiek, kunt u terecht bij uw Accountancy Advisor.