Nieuwe regels voor liquidatiereserves: voor u samengevat!

Boekhouding & fiscaliteit

n kleine vennootschappen kan er jaarlijks bij de winstverdeling geopteerd worden om een liquidatiereserve aan te leggen. Dit is vooral zinvol wanneer de aandelen in handen zijn van natuurlijke personen en er bij uitkering roerende voorheffing verschuldigd is.

De ratio legis van de liquidatiereserve is terug te vinden in AJ2015 in de nasleep van de verhoging van de roerende voorheffing op liquidatieboni van 10% naar 25% vanaf 1 oktober 2014. De maatregel moest vooral tegemoetkomen aan de aanzienlijke belastingverhoging waarmee ondernemers geconfronteerd zouden worden bij de liquidatie van hun vennootschap. 

De regeling zoals destijds ingevoerd wordt nu andermaal gewijzigd waarbij het hoofddoel van de aanpassingen vooral schuil gaan in de harmonisatie tussen het systeem van de liquidatiereserves en de uitkeringen onder het VVPRbis-stelsel.

De regeling zoals van kracht voor reserves aangelegd t.e.m balans 30/12/2025

De regeling laat toe om de winst na belastingen te reserveren op een afzonderlijke passiefrekening, mits betalen van een afzonderlijke heffing in het jaar van aanleg ten belope van 10/110 (9,09 %). Indien de reserves vervolgens vijf jaar behouden blijven, kunnen deze worden uitgekeerd aan de aandeelhouders mits inhouding van 5 % roerende voorheffing.

Wie de liquidatiereserves aanhoud tot het moment waarop de vereffening van de vennootschap plaatsvindt, ontsnapt zelfs aan een bijkomende heffing waardoor de uitkering die wordt aangerekend op de liquidatiereserves zonder enige vorm van roerende voorheffing terechtkomt bij de aandeelhouders.

Dit is een populaire en naar Belgische normen voordelige dividendpolitiek. Wie geen liquidatiereserve aanlegt en daarnaast ook geen toepassing maakt van het VVPRbis-stelsel, betaalt bij uitkering of vereffening immers 30 % roerende voorheffing.

Met Ingang van 29 juli 2025werd de regeling bijgestuurd. Behoudt u de reserves vijf jaar of langer, dan zal er zoals voorheen 5 % roerende voorheffing van toepassing zijn. Wacht u echter tussen de 3 en de 5 jaar, dan is er voortaan 6,5% roerende voorheffing verschuldigd.

Voor dividenden die een vennootschap toekent of betaalbaar stelt vanaf 29/07/2025 en die geput worden uit een liquidatiereserve die aan de voorwaarden voldoet, is er de extra mogelijkheid om sneller uit te keren aan een licht verhoogd tarief.

Schematisch, in functie van het tarief in de vennootschapsbelasting en de gerespecteerde wachttermijn, geeft dit volgende fiscale druk:

De regeling die afgelopen zomer al werd gewijzigd, werd opnieuw aangepast door de programmawet van 30 mei 2026.

De regeling zoals van kracht voor balansen vanaf 31/12/2025

Voor liquidatiereserves aangelegd uit de winstverdeling verbonden aan boekjaren die afsluiten vanaf 31/12/2025 geldt er enkel nog het tarief van 9,8 % mits inachtneming van de wachttermijn van 3 jaren. De tarieven van 5 % en 6,5 % zullen op die reserves niet meer van toepassing zijn. 

Daarnaast zal er op een vervroegde uitkering (minder dan 3 jaar) niet langer 20% maar wel 30% roerende voorheffing verschuldigd zijn. Zodoende wordt de belastingdruk zwaarder indien u snel geld uit uw vennootschap wil halen en hiervoor beroep doet op de uitkering van liquidatiereserves.

De uitkering bij liquidatie blijft ongewijzigd zodat de afzonderlijke heffing bij aanleg van de liquidatiereserve ook de eindheffing blijft.

Schematisch, in functie van het tarief in de vennootschapsbelasting en de gerespecteerde wachttermijn, geeft dit volgende fiscale druk:

Voor meer informatie en wat dit concreet betekent in uw dossier, kunt u zoals steeds terecht bij uw Accountancy Advisor .